Ineens doemt gebouw van goud op

Wielrennen Marnix Quee

Een even indrukwekkende als bizarre ervaring. Zo omschrijft de Schalkwijkse wielrenner Jan-Willem van Schip het WK in Qatar, waar hij Nederland vertegenwoordigde op de tijdrit en de wegwedstrijd voor beloften.

De hitte en droogte in het woestijnstaatje waren onbeschrijfelijk. ‘Als ik in Nederland ga trainen en het is warm, dan is normaal gesproken mijn bril na een minuut of twintig al helemaal glad van het zweet. Nu was ‘ie na twee uur trainen nog helemaal schoon.’

Ook het landschap in Qatar week nogal af van de wegen in Utrecht en Gelderland waar Van Schip normaal gesproken zijn trainingsrondjes maakt. ‘In de stad zie je alleen maar flats, de een nog groter dan de ander. Soms rijd je ineens langs een gebouw dat helemaal van goud is. Buiten de stad is het alleen maar woestijn. Je kan dan zo zestig kilometer doorrijden en helemaal niets zien. En dan ligt er ineens een rotonde in aanbouw; zijn ze bezig een klaverblad aan te leggen op een stuk weg waar verder helemaal niemand komt. Echt bizar.’

Maar als toerist mag het dan nog wel een aardige ervaring geweest zijn, sportief was een wereldkampioenschap in de woestijn niet voor herhaling vatbaar, vindt Van Schip. De hitte drukte het niveau en publieke belangstelling was er nauwelijks. ‘Je zag bijna niemand. Ook geen mensen die even hun huis uit lopen om te kijken wat er aan de hand is. Dat is wel jammer, want het hele idee van wielrennen is dat er mensen komen kijken.’

De hitte speelde Van Schip vooral parten tijdens de tijdrit, waarin hij 41e werd. ‘Gewoon slecht. Vooraf had ik gedacht dat een top-15 klassering er wel in zou zitten. En met uitzonderlijk goede benen misschien top-10. Maar ik kwam niet vooruit. Het was een …

 

Bent u geïnteresseerd om dit hele artikel te lezen? Neem een jaarabonnement, halfjaarabonnement of proefabonnement op de Utrechtse Sportkrant en krijg dit artikel binnen enkele uren in uw mailbox.
Vervolgens wordt de Utrechtse Sportkrant elke vrijdag bij u thuisbezorgd en blijft u op de hoogte van lokaal sportnieuws.