WK-zilver maakt Van Schip tot medaillekandidaat op Spelen

Baanwielrennen Redactie

Als de WK baanwielrennen een graadmeter zijn stevent Jan-Willem van Schip af op olympisch eremetaal. De 25-jarige Schalkwijker won in Berlijn op het omnium zilver. In Tokio mikt Van Schip gewoon op het allerhoogste. ‘Als je er niet in gelooft, kun je het net zo goed niet doen.’ In de koppelkoers tuimelde hij met Yoeri Havik in de allerlaatste sprint van het podium.

De Fransman Benjamin Thomas pakte het goud op het omnium, dat uit vier onderdelen bestaat: de scratch, de temporace, de afvalkoers en de puntenkoers. Van Schip begon redelijk met de zevende plaats, won vervolgens de temporace en consolideerde zijn positie met een derde plaats in de afvalkoers, zodat hij als nummer twee aan de puntenkoers begon. Daarin sloeg Thomas meteen toe. Van Schip dreigde het zilver te verliezen aan de Brit Matthew Walls die een ronde pakte, maar in de slotfase ging de Schalkwijker furieus in de aanval en pakte die ronde weer terug. Hij probeerde nog Thomas van zich af te schudden, maar die bleef in zijn wiel zitten.

Bij de koppelkoers waren de Denen Michael Mørkøv en Lasse Norman Hansen ongenaakbaar. Dagenlang was het hoogst onzeker of het duo wel zou starten, omdat Mørkøv deelnemer was aan de Ronde van de Emiraten. Maar hij was net op tijd weg. Op het moment dat de andere deelnemers in quarantaine moesten vanwege de mogelijke besmetting met het coronavirus, zat hij in het vliegtuig. De Deen mocht starten in Berlijn, met de wereldtitel tot gevolg.

Van Schip en Havik lagen met nog de slotsprint voor de boeg op de tweede plaats, maar op het allerlaatste moment kwamen het Nieuw-Zeelandse en Duitse koppel nog over hen heen. De Nederlanders bewezen wel mee te kunnen met de besten en behoren ook in Tokio tot de kanshebbers voor een medaille.

Nederland was het meest succesvolle land op de WK met 6 x goud, 4 x zilver en 1 x brons. Met drie wereldtitels kroonde Harry Lavreysen zich tot de keizer van de sprint. Kirsten Wild won twee maal goud.