Wolken

Column Pim van Esschoten 'Eindsignaal'

Bij alle zonneschijn zie ik toch weer donkere wolken. Het bericht bijvoorbeeld dat Wilco Kelderman wéér van zijn fiets is geduveld en Tom Dumoulin niet kan bijstaan. Net als (ruim) een jaar terug in de Giro zit hij op de bank in Veenendaal. Niet weer, alsjeblieft.

Pim van Esschoten

Bij het WK voetbal zie ik ook een dreigende hoosbui, gitzwart. Nog even en Didier Deschamps staat met de bokaal in de handen. Getverderrie. De Franse bondscoach kan wel drie elftallen opstellen met begaafde, frivole voetballers. Maar het werkertje van weleer draagt zijn schitterende kopmannen knechtenwerk op. Ze spelen in dienst van zijn ‘anti-voetbal’ (Thibaut Courtois), trekken zich terug tot een IJslandse verdediging, bouwen een muur van menhirs. Al het materiaal in huis om te fonkelen, zoals Duitsland (2014) en Spanje (2010) wereldkampioenen werden met een liefdevolle ode aan het spel. Maar Didier wil van al die joie de vivre niks weten. Soms mogen zijn spelers even en zie je ze flitsen. Het mag niet te lang duren. ‘Terug in de loopgraaf’, beveelt Deschamps. Hij loodst zijn haantjes liever tijdrekkend en rollebollend naar de finale.

Niks vernieuwing of ontwikkeling, terug naar het Catenaccio van de jaren ’60 van de vorige eeuw. Toen de knechten in het peloton slaafs fietsten voor de glorie van een kopman. Zonder er iets aan over te houden.

Anderhalve maand geleden overleed Michel Stolker, de enige Utrechter die ooit een etappe in de Giro won (1956). In 2009 schreef Hans van Ommeren een mooi verhaal met het verlegen jongetje uit Zuilen (‘Ik was een doetje’) voor het Utrechts Nieuwsblad. Een verhaal om te bewaren. Stolker was zo’n knecht, die in 1962 Jacques Anquetil aan zijn (derde) Tourzege hielp maar niet meeprofiteerde. ‘Ik heb me het lazarus voor hem gereden,’ zei Stolker. ‘Ik heb me aan hem verkocht (…) maar ik wist niet beter en had wel een gezin.’

In 1956 moest de jonge ‘Mies’ na die Giro meteen de Tour rijden, nota bene in zijn eerste jaar als prof. Maar ja, ploegleider Kees Pellenaars had het zo bevolen en Stolker luisterde gedwee. Ver voor Parijs viel hij uit en gaf op. Uitgeput.

Uit dat interview stijgt dezelfde, bijna feodale sfeer op als het dagboek van Jan Janssen uit de Tour van 1968, elke avond bij de Avondetappe. Over knechten en kopmannen, over ploegleiders, combines en andere schimmige zaken. Het feuilleton wordt elke dag een tikkie spannender, ook al kennen de we de afloop. Op 21 juli 1968 was er geen wolkje aan de hemel te bekennen.