Young Lions werken aan toekomst worstelen

Worstelen Robert Jan van der Horst

Niets aan de sobere rood-witte gevel, die het meest wegheeft van een groot uitgevallen garagedeur, van het onderkomen van worstelvereniging Olympia in Utrecht doet vermoeden dat achter die façade wellicht grote dingen staan te gebeuren. Die prestaties moeten dan komen van de talenten, verzameld in de Young Lions, die zesmaal per week trainen aan de Willem Arntszkade. Doelstelling? De top halen.

Binnen, op de mat, in Sjaaks’s gym – een eerbetoon aan de 2015 overleden oud-voorzitter van Olympia Sjaak Kastelein – halen de twaalf jongens en meisjes gedurende anderhalf uur de vreemdste capriolen uit om steeds sterker, steeds leniger en steeds beter te worden. De Young Lions – zeg maar het Jong Oranje van het worstelen – is sinds bijna drie jaar een initiatief van een aantal ouders. Ze kwamen elkaar steeds maar weer tegen op steeds dezelfde toernooien. En gingen daar ieder op eigen gelegenheid naar toe. ‘We kunnen net zo goed samen rijden’, zeiden ze ergens eind 2019 tegen elkaar. Zo simpel kan een ontstaansgeschiedenis zijn.

Eén van die ouders is Nabil Laaouina. Hij is vader van Ilias (15), een talent dat een grote toekomst wordt toegedicht. Hij is nog niet zo goed als de bekendste worsteltweeling van dit moment Marcel en Tyrone Sterkenburg (20, beiden lid van het Utrechtse De Halter) die op het WK 2021 in het Russische Ufa respectievelijk goud en zilver behaalden. Hun focus ligt nu op de Olympische spelen van 2024 in Parijs; ze zijn dan 23 jaar oud. ‘Maar 2028 zou ook makkelijk kunnen, ze zijn dan pas 27.’

De horizon van Young Lions – een groep van talenten van U15 tot en met U18 – ligt wat verder weg. Dat klinkt gewaagd, maar niet als we het warme pleidooi van Laaouina mogen geloven. Hij staat met Mehran Alireza deze donderdagavond op de mat. Waarbij Alireza vooral aandachtig toeschouwers lijkt. Maar niets is minder waar, weet Laaouina: ‘Hij spreekt wat moeilijk Nederlands, maar is zo’n verschrikkelijk goede trainer. Hij weet zoveel van het worstelen, ziet zoveel. Via mij wordt zijn kennis aan de jongens en meisjes overgebracht. Zelf leer ik ook ontzettend veel van hem, zodat we ons allemaal kunnen blijven ontwikkelen, worstelaars en trainers. Trouwens, ook bondscoach Mariusz Giecewicz komt regelmatig kijken.’

(tekst loopt door onder de foto)

Regelmatig

Een aantal oud topworstelaars ondersteunen de Young Lions. Zo geeft Fred de Vos regelmatig training en verzorgt Frans Jansen specifieke krachttraining in de gym van New Style, gratis toegankelijk voor de worstelaars van Young Lions. Het is de avond voor wéér een buitenlands avontuur. Ditmaal gaat een delegatie van de Young Lions naar het Zweedse Kungsbacka, net onder Stockholm gelegen.

Om daar onder de vlag van Nederland uit te komen. Duizend kilometer heen, duizend kilometer terug; vrijdagochtend heen, zondagavond laat terug. Met de auto. De ouders betalen de kosten. ‘Het zou mooi zijn als de bond in de toekomst ook iets zou kunnen bijdragen’, verzucht brandweerman Laaouina. Het project Young Lions zou aanvankelijk iets breder gedragen worden. Maar de gehoopte samenwerking met Olympia’s stadgenoot De Halter kwam niet tot stand. Laaouina: ‘Dat is jammer in zo’n kleine tak van sport. Laten we het op een verschil van mening houden. Wellicht dat het in de toekomst anders wordt.’

Dat neemt niet weg dat er drie leden van De Halter lid zijn van de Young Lions, zoals Jesse van Wijk die iedere week trouw op de trainingen verschijnt. Evenals twee worstelaars van het Rotterdamse Watson Sports, een partner die vanaf het begin aanschoof. Geen probleem voor De Halter, geen probleem voor Olympia. De overigen hebben hun oorsprong bij Olympia. Het kost de ‘gastworstelaars’ geen cent extra aan bijvoorbeeld contributie. Uiteraard niet, want in een marginale sport als het worstelen hoop je elkaar te kunnen helpen.

Het initiatief om het worstelen in Nederland naar een hoger niveau te tillen, lijkt nu al een succes. Op het EK eerder dit jaar was er bij de meisjes brons en goud. Bij de jongens brons en zilver. Op het laatste EK in Zagreb eindigde Nederland/Young Lions in het landenklassement zelfs in de top-10. ‘Nog niet eerder vertoond’, aldus een trotse Laaouina. Ook werd er brons veroverd op het WK U17.

(tekst loopt door onder de foto)

Kentering

Maar ook breder lijkt het worstelen voorzichtig overeind te krabbelen. Werd er jaren op het hoogste niveau door clubteams niet meer in competitieverband geworsteld, er lijkt een kentering nabij. Er komt weer een competitie. Individueel weliswaar, maar toch. Eind september gaat het seizoen van start in Amsterdam, daarna volgen Olympia, (op 15 oktober, met op 16 oktober een jeugdtoernooi), De Halter, Arnhem en Landgraaf. Wie aan het eind van de rit het best heeft gepresteerd, mag zich Nederlands kampioen bij de senioren noemen.

Zover is het met de Young Lions nog niet. Met graagte kijkt Laaouina nog even terug naar het ontstaan van de Young Lions. ‘We zijn met een kleine groep gestart. Dat was zo’n succes dat we op een gegeven moment wel een groep van veertig jongens en meisjes hadden. Tijdens de coronapandemie hebben we buiten doorgetraind. We dachten dat er wel worstelaars zouden afhaken, maar de groep is steeds hechter en groter geworden. Toen we weer binnen konden trainen, hebben we de lijn doorgetrokken.

Uiteindelijk staan de beste 17 zes maal in de week op de mat, ze moeten compromisloos bereid zijn ons programma te volgen.’ Laaouina’s zoon Ilias lijkt op dit moment de belangrijkste exponent van de Young Lions. Bijna achteloos laat hij, ongevraagd, aan het eind van de training zien over een aantal belangrijke eigenschappen te beschikken waarmee hij zich zou kunnen ontwikkelen tot een topworstelaar: doorzettingsvermogen, pijntolerantie, plezier, lenigheid, en kracht. Zittend op de mat klimt hij, nadat een eerdere poging is mislukt, op armkracht – benen in een hoek van 90 graden ten opzichte van bovenlichaam – naar de nok van de zaal. Een indrukwekkende prestatie waarin toewijding, discipline als ook beleving liggen verscholen.

Het is helder dat de Young Lions doorgaan op het uitgestippelde pad. Natuurlijk, er zijn wensen. Naast de eerder genoemde financiële steun van externe partners, zou dat een trainingsfaciliteit als Papendal – het nationale topsportcentrum – kunnen zijn en een toevoeging van specialisten als voedingsdeskundigen. Maar gevraagd naar het meetmoment van het succes, zegt trainer Nabil Laaouina: ‘De Olympische Spelen van 2028 in Los Angeles. Daar mag je me op afrekenen.’