Zondag is het na vijf jaar D-day voor Annemiek van Vleuten

Wielrennen Hans van Ommeren

Na haar verschrikkelijke val vijf jaar geleden in Rio de Janeiro deed Annemiek van Vleuten de wielerwereld versteld staan. Alsof ze niet als een zielig hoopje in de berm had gelegen - sommigen vreesden zelfs even voor het allerergste - kwam ze terug, sterker dan ooit. De geboren Utrechtse werd wereldkampioen tijdrijden en op de weg. Maar het gemiste olympische goud moet door haar hoofd zijn blijven spoken. Zondag krijgt Annemiek 2.0 haar herkansing.

Nederland moet nog ontwaken wanneer om zes uur in de ochtend – in Tokio is het dan vroeg in de middag – een oranje kwartet begint aan een missie. Die missie is heel simpel: olympisch goud, met minder heeft de Nederlandse equipe gefaald. Heel wat landen zouden dolgraag één renster willen hebben uit het rijtje Anna van der Breggen, Annemiek van Vleuten, Marianne Vos en Demi Vollering. Allemaal zijn ze in staat olympisch kampioen te worden. Een luxeprobleem van ongekende omvang dus voor bondscoach Loes Gunnewijk. Alleen maar kopvrouwen en geen ‘knechten’, hoe zorg je ervoor dat ze niet tegen elkaar gaan rijden en een derde hond er met het been vandoor gaat?

De gunfactor zal het meest bij Van Vleuten liggen na haar gruwelijke val op de vorige Spelen terwijl ze het goud min of meer voor het grijpen had. Van der Breggen aarzelde niet en eigende zich de titel en het eremetaal toe, indachtig het gezegde ‘de een zijn dood…’ Niemand overigens die haar dat kwalijk nam.

Marianne Vos was al eens olympisch kampioen, in 2012, en Vollering heeft nog een heel wielerleven voor zich. Zoals de 24-jarige benjamin zich de afgelopen maanden manifesteerde is er eigenlijk niemand die eraan twijfelt dat zij binnen de kortste tijd de nieuwe nummer een van de wereld zal zijn.

 

Tactiek

Wat zal de tactiek van de Nederlandse vrouwen zijn? Te verwachten valt dat Van Vleuten als eerste aangaat. En vroeg. Ze moet wel omdat het 137 km lange parcours voor haar eigenlijk niet zwaar genoeg is. Het hadden best wat meer (klim)kilometers mogen zijn, zo ontbreken enkele pittige gedeelten bergop die vermoedelijk bij de mannen scherprechter zullen worden. Van Vleuten moet dus wel iets verzinnen. Wanneer ze eenmaal weg is kan er in elk geval geen Nederlandse achter haar gaan jagen. Dan komt het er alleen nog maar op aan dat ze het volhoudt. Dat ze tot lange solo’s in staat is bewees ze in 2019 op het WK in Yorkshire waar ze na een ruim 100 kilometer in haar eentje de titel greep.

De sterkste renster ooit met Utrechtse roots heeft er alles aan gedaan zo fit mogelijk naar Tokio af te reizen. Ze liet de Giro Rosa schieten voor een hoogtestage. Ze trainde in een sauna om de warme omstandigheden met de hoge luchtvochtigheid in Japan zoveel mogelijk na te bootsen.

 

‘Laf klimmetje’

Mocht het Van Vleuten niet lukken in Tokio het goud te grijpen in de wegwedstrijd dan heeft ze drie dagen later nog een kans op een medaille in de tijdrit van 22 km. Op een selectief parcours met na de start eerst een stuk dalen en daarna 5 km omhoog. ‘Een laf klimmetje’ liet ze zich al ontvallen. Daar zullen de Amerikaanse Chloe Dygert en wederom landgenote Van der Breggen twee geduchte tegenstanders zijn. Nee, haar beste kansen lijken nog steeds in de wegrace te liggen. Of beter gezegd kans, want dat de nu 38-jarige Annemiek van Vleuten bij de volgende Spelen nog een rol kan spelen is nagenoeg uitgesloten. Ondanks de ongeëvenaarde wilskracht van ‘het beest’.

 

Olympisch programma wegwielrennen

Zaterdag 4.00 uur wegrace mannen

Zondag 6.00 uur wegrace vrouwen

Woensdag 4.30 uur tijdrit vrouwen; 7.00 uur tijdrit mannen