Zwemtalent Lotte Hosper mag weer trainen

Zwemmen Redactie

Zwemtalent Lotte Hosper (17) is samen met een aantal andere zwemmers uit de opleidingscentra uitgenodigd om haar training voort te zetten. De Utrechtse traint in de academie-groep van het High Performance Center (HPC) in Amsterdam met onder meer Femke Hoppenbrouwer (17) uit Soest. Hoppenbrouwer trainde tot voor kort, net als Hosper, bij Utrecht Swimming onder voormalig topzwemmer Robin van Aggele. In Amsterdam krijgen de sporters training van talentcoach Kees Robbertsen.

Hoppenbrouwer is in het bezit van een NT (Nationaal Talent) en IT (Internationaal Talent) status, waarmee ze ook een zogenaamde LOOT-status heeft. Met deze Landelijke Organisatie Onderwijs Topsport status krijgen de talenten op Topsport Talentscholen de gelegenheid om gebruik te maken van speciale studie/ sport faciliteiten. Hosper en Hoppenbrouwer trainen in Amsterdam met Lieke Oude Lenferink, Milou van Wijk, Silke Holkenborg en Imani de Jong. Ook de talentgroep die in Eindhoven traint, mag weer van start gaan.

 

Topsport

Technisch directeur van de Nederlandse zwembond André Cats: ‘De KNZB is al langere tijd aan het investeren in de talentvolle zwemmers die een laatste stapje richting topsport willen maken. Onze overtuiging is dat na de EJK-leeftijd het belangrijk is om te blijven investeren in ontwikkeling. Binnen de HPC’s maken we nu ruimte voor deze sporters. Met de oprichting van Team24 (vanaf heden omgedoopt tot Olympic Talent Team) waren we daar al actief mee. Luc Kroon en Kenzo Simons zijn hier goede voorbeelden van. Zij hebben inmiddels de stap gemaakt naar de elitegroep in Amsterdam onder leiding van Mark Faber. Deze zwemmers gaan naast het thuisprogramma binnen de HPC’s allemaal deelnemen aan het programma van het Olympic Talent Team (voorheen Team24). Met dit programma bestaande uit onder andere hoogtetrainingsstages willen we deze sporters een extra stimulans geven in de ontwikkeling richting de top.’

Op de website van de KNZB laat hij verder weten: ‘Met de academie-groepen binnen de HPC’s zijn we flexibeler in de doorstroom van talentvolle sporters geworden. We volgen de ontwikkeling van alle talentvolle en ambitieuze zwemmers binnen en buiten de OC’s voortdurend. Als we de overtuiging hebben dat een zwemmer van post-EJK leeftijd de mogelijkheden heeft om door te breken in topsport, dan zullen we die zwemmer uitnodigen om deel te nemen in het HPC-programma. Hoewel we door het uitstel van de Olympische Spelen worden geconfronteerd met een verlengde Olympische cyclus, is er geen enkele reden om te wachten met de uitrol van de plannen binnen talentontwikkeling.’